Uit Dagblad “DE STEM” 15 Juni 1994

 

Van onze verslaqqever

Paul de Schipper

                          Dieper dan de zee is soms het leed van de visser

 

 

Breskens - De nacht van 15 januari 1971 hangt er een smorende damp boven de monding van de Westerschelde. Aan de haven van Breskens staan tientallen mensen. Ze wachten. Het is doordringend stil. Precies rond middernacht doemen er boordlichten op: de reddingboot. Even later draaien de BR 36 en de BR 43 de havenmond binnen. De vissers meren aan de menigte op de kade zwijgt. "Niks gevonden, enkel drijfhout en wat manden," mompelt tenslotte een visser die op de wal springt. Om half drie die nacht loopt de laatste kotter de haven binnen. Geen nieuws. Verslagen keert het volk van Breskens huiswaarts. Niet is meer tekenend voor de plotselinge tragiek die een vis- sersdorp kan treffen dan de ondergang van de BR 16 van Jaap VermeuIen in de tweede week van januari 1971.

 

Vissers weten het. Hun beroep kan riskant zijn. Hun vrouwen weten het ook, sommigen wennen er nooit aan. Te veel vrouwen zijn weduwen van de zee geworden. Teveel visserij-monumenten staan er langs de Nederlandse kust. Dramatisch De ondergang van 'de BR 16 is een van de meest dramatische episoden uit de jongste geschiedenis van het Zeeuwse vissersdorp aan de Westerschelde. Het verhaal is ook een van de droeve hoogte- punten uit het nieuwe boek 'Bressiaanse vissers' van Henk de Winde en Jack Vader. Vissersdorpen zijn vaak op zichzelf staande gemeenschappen: de ogen naar zee, de rug naar het land. Meer dan landbouwers of ambachtsvolk zijn vissers afhankelijk van de elementen. De voortdurende confrontatie met die afhankelijkheid en met de eigen nietigheid vormt karakters, bijgekleurd vaak door een diep religieus besef, al is dat in Breskens minder het geval. Zelfbewuste mensen zijn het, koningen op de vierkante meters van het eigen schip. Ze beseffen dat ze op elkaar zijn aangewezen, schippers en knechten, maar ook de schippers onderling en hun families. Direct in de mond zijn ze ook, die Bressiaanders. Heel Nederland heeft daar kennis mee mogen maken in de persoon van voetballer en coach Willem van Haneghem, Breskens' meest bekende zoon.

 

Apart volk

'Apart volk die Bressiaanders' heet het vaak. Hetzelfde zegt de goegemeente van Arnemuidenaars, Volendammers of Urkers. De overeenkomsten: tegen de buitenwacht één front, onderling wel eens gekift, maar bij tegenspoed één groot gezin. Nog steeds. De oude Jan de Winde uit Breskens drukte dat kort na de ramp met de BR 16 als volgt uit: "Je verliest vier goede vrienden, maar de emotionele stemming slaat om in proberen te doen wat gedaan moet worden. Dat gaat spontaan. Bij ons heeft iedere wel eens met iedereen gevaren dus is het net of er iets in familie gebeurt.  In het begin van die tweede week van januari 1971 vaart BR 16 uit ter visvangst. Aan boord zijn behalve de schipper en diens zoon Jos, Adrie Fenijn, Walter de Looze. Ze stomen zeven uur lang richting Engelsekust om daar hun geluk te beproeven proeven op schol en kabeljauw. In de loop van maandag geeft Jaap vermeulen de positie van BR 16 door aan andere vissers. Dinsdagmorgen vroeg is er nog één keer contact. De twintig met lange kotter doet dan een sleep op zeven mijl van het lichtschip. Sandettie, in een druk bevars scheepsroute.

 

Spoetnik

Pas woensdag begint het collega's in de buurt op te vallen dat de BR 16 via 'de spoetnik', zoals vissers hun radio noemen zwijgt. Op zichzelf niks bijzorders, omdat vissers op een goeie stek wel meer radiostilte in achtnemen onder het motto: 'Zwijgen is beter dan liegen.' Jaap Vermeulen deed dat ook wel. Hij staat bekend als een kundig visser, maar ook als een man die bereid is om zijn vangst op van het puntje van de naald te halen. Als op donderdag 16 januari de kotters gewoontegetrouw binnenlopen in Breskens, blijft ligplaats van de BR 16 leegandere vissers worden onrustig maar wachten, om paniek voorkomen, met zoeken tot volgende dag. De kotter is dan nog niet binnen Er volgen telefoontjes naar Franse en Belgische havens. Misschien is Vermeulen daar binnengelopen. De reactie is negatief. Langzaam begint de realiteit op 'de kaaije' van Breskens door te dringen.

 

Radio Scheveningen zendt nog die ochtend een noodoproep uit. De hele zuidelijke vissersvloot wordt gealarmeerd en twintig Breskense kotters gaan nog voor de middag naar zee, gevolgd door een groot deel van de vloot van, Vlissingen en Arnemuiden en de reddingboot Javazee. Door een dikke mist varen de kotters op een onderlinge afstand van een mijl de Noordzee op, richting visgronden, Daar arriveren de schepen rond drie uur 's middags. Een half uur later vist de BR 35 een mand op van de verdwenen BR 16, De vissers beseffen dat hun vrees waarheid is geworden. Andere kotters halen even later nog een paar rieten manden van Vermeulens' schip aan boord. "VermeuIen is overvaren," een andere conclusie kunnen de zoe-kende vissers niet trekken. De schippers Fenijn en Albregste herinneren zich plotseling hoe ze in de nacht van 11 op 12 januari een slecht verlichte tanker doon hun groep vissende schepen hebben zien varen. De Breskense gemeenschap is geslagen.

 

Men weet het: de BR 16 zal nooit meer thuiskomen. Die zaterdag schenkt de weduwe van de niet teruggekeerde Adrie Fenijn het leven aan een gezonde baby. Op 11 maart 1971 spoelt het lichaam van schipper Vermeulen aan op Terschelling. Een maand later weet de Nederlandse mijnenjager Drunen de positie van de gezonken BR 16 te lokaliseren. Het schip ligt veertig meter diep. Aan stuurboordszijde zit een gat met scherpe uitsteeksels. ‘Hoogstwaarschijnlijk overvaren', concludeert de Raad voor de Scheepvaart.

 

Breskens is in zijn bijna vijfhonderdjarig bstaan door vele rampen bezocht. Neem de Tweede Wereldoorlog. Tot tweemaal toe werd nagenoeg de hele vissersvloot tot zinken gebracht. De eerste keer in mei 1940 door terugtrekkende Fran- se troepen en de tweede keer in 1944 door de Duitsers. Bovendien voerden de Geallieerden op 11 september 1944 een allesvernietigend bombardement op Breskens uit. Daarbij kwamen 200 inwoners om en werden 537 huizen weggevaagd. Middeleeuwen De visserij in Breskens dateert al uit de late middeleeuwen. Aangenomen wordt dat de eerste bewoners al van de zee leefden. Breskens is rond 1500 ontstaan na 'projectontwikkeling' door Maximiliaan van Oostenrijk. Hij gaf zijn leenman Philips van Kleef toestemming een bedijking op het Breskenszand te beginnen, een zandplaat in de monding van de Westerschelde. Die eerste vissers vingen platvis en garnalen. Alleen 's zomers, want hun vaartuigjes waren niet bestand tegen de 'wilde en openbare zee' van de wintermaanden. De vis droogden ze. Bekend is dat Zeeuwse vissers al in de vroege zestiende eeuw gedroog- de schol naar de markt in Antwerpen brachten. In de loop der jaren kwam er ook een veerdienst naar Vlissingen. Alles moest op de zeiltjes en dat betekende dat de veerboot, weg'geduwd door stroom en tegenwind, niet altijd terechtkwam op de plaats waar hij hoorde. Zowel oostelijk als westelijk van de haven waren er daarom noodsteigers. De haven breidde uit en in het begin van deze eeuw telde Breskens zo'n dertig vissersschuiten. De tijd van de grote verdiensten was echter nog niet aangebroken.

 

Glorietijd

Een glorietijd voor het vissersdorp Breskens volgde na de Tweede Wereldoorlog. Toen verzamelde zo ongeveer de hele Nederlandse haringvloot zich in Breskens omdat. de zuidelijk Noordzee in die jaren krioelde van de haring. De haringtijd duurde tot in de jaren zestig. Daarna lagen de Bressiaanders met hun eigen kleine vloot weer alleen in de haven. Echt groot is de Breskense vissersvloot nooit geworden. Tijdens de schaalvergroting van de jaren zestig is een aantal vissers er overgeschakeld op 'de grote kotters'. Nu ligt er in Breskens elk weekeinde een handvol van die vissende 'zeekastelen' voor de wal. Economisch blijken deze trotse Zeeuws-Vlaamse vissers sterk genoeg om, tot nu toe, een eigen visafslag boven water te houden. Met hun verleden zijn ze wel wat slordig omgesprongen, want toen de auteurs van het boek 'Bressiaanse vissers' op zoek gingen naar de notulen van de vissers-vereniging Ons Belang bleken die verdwenen. Iemand had ze Met hun verleden zijn ze wel wat slordig omgesprongen, want toen de auteurs van het boek 'Bressiaanse vissers' op zoek gingen naar de notulen van de vissersvereniging Ons Belang bleken die verdwenen. Iemand had ze meegenomen en niet teruggebracht. Wie die oude schoenendoos met jaarverslagen van 1918 tot 1960 een keer tegenkomt op zolder, mag zich melden bij de auteurs .

 

'Bressiaanse vissers' door H. de Winde

 en J. Vader en A. Kal,250 pagina's

met foto's en illustraties.